El Salvador weer in de greep van angst

PrintFriendly

SAN SALVADOR (GPD) – Urenlang schoffelt Israel Ticás met zijn team in de drassige bodem van een maïsveldje in het plaatsje Zacatecoluca, ten zuidwesten van San Salvador. Door de constante regen is het akkertje een troosteloze modderpoel, maar de forensisch onderzoeker van het Salvadoraanse Openbaar Ministerie werkt onverstoorbaar door.

door Jan-Albert Hootsen

(Dit artikel werd 12 oktober gepubliceerd door de GPD) 

Dan houdt hij even stil. ,,De grond verandert hier van kleur. Ik denk dat hij hier ligt.” Hij haalt voorzichtig een paar stenen weg. Tussen de grijze klei verschijnen een stuk van een broekriem en een boxershort. Hij trekt de stof voorzichtig opzij, waardoor een donkerbruin stuk bot zichtbaar wordt. ,,Dat is zijn bekken. En daar, een ruggenwervel.” Weer een clandestien graf gevonden. Weer een vermiste Salvadoraan die dood opduikt.

El Salvador is maar al te vertrouwd met verdwijningen en clandestiene graven. Tijdens de bloederige burgeroorlog, van 1980 tot 1992, kwamen in het land dat ongeveer acht miljoen inwoners telt 75.000 mensen om, terwijl nog eens 30.000 mensen verdwenen. Veel slachtoffers van ontvoeringen werden in de jaren na de burgeroorlog in massagraven teruggevonden. Nog veel meer zijn nooit gevonden.

Sinds kort verdwijnen er opnieuw mensen en duiken er links en rechts geïmproviseerde graven op. Tussen 2007 en 2008 meldde de Salvadoraanse politie ruim 1200 verdwijningen, in de eerste vier maanden van dit jaar stond de teller op 179, een verdubbeling ten opzichte van 2010. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger; een centrale databank van verdwenen personen is er niet in El Salvador.

,,Het aantal verdwijningen neemt sterk toe, net als het dumpen van slachtoffers in clandestiene graven. Wij krijgen maandelijks zo’n 125 meldingen”, zegt Enrique Velázquez, hoofd Statistiek bij Medicina Legal, dat de doodsoorzaak onderzoekt van slachtoffers van geweld. De muren van het kantoor hangen vol met foto’s van verdwenen Salvadoranen.
De nieuwe verdwijningen roepen traumatische herinneringen op aan de burgeroorlog, maar de oorzaak is een andere. In plaats van de doodseskaders van weleer zijn het nu extreem gewelddadige criminele bendes die terreur uitoefenen. In Centraal-Amerika worden ze maras genoemd. De grootste zijn de Mara Salvatrucha of MS-13 en hun rivalen de Mara 18.

Deze maras ontstonden in het Los Angeles van de jaren tachtig, toen Salvadoranen die de burgeroorlog ontvluchtten zich in de Verenigde Staten vestigden. Kwetsbare Salvadoraanse gemeenschappen werden het slachtoffer van bendes, waardoor ze zichzelf eveneens in bendes organiseerden. Hun steeds gewelddadiger karakter noopte de Amerikaanse regering in de jaren negentig tot massale deportatie van bendeleden naar El Salvador. De maras vestigden zich zo in hun oude vaderland en verspreidden zich van daaruit snel naar de buurlanden.

De naar schatting 30.000 leden van de maras onderscheiden zich door tatoeages, die soms hun hele lichaam bedekken en houden zich bezig met drugshandel, afpersing en ontvoering. In hoofdstad San Salvador beheersen ze hele wijken en bevechten hun territorium met bruut geweld. Het ontvoeren, martelen en wurgen of onthoofden slachtoffers is dagelijkse praktijk. El Salvador is daardoor een van de gewelddadigste landen ter wereld, met 64 moorden per 100.000 inwoners in 2010. Alleen het eveneens door maras geteisterde buurland Honduras heeft een hoger moordcijfer.

,,De MS-13 en M18 hebben ware terreur ontketend in El Salvador”, zegt Israel Ticás. Hij toont een boekwerk met foto’s van tientallen lijken die hij dit jaar heeft opgegraven. Bij sommige slachtoffers ligt het touw waarmee ze zijn gewurgd in het graf. Bij anderen gapen grote gaten in de schedels; een teken dat de daders het gezicht met machetes onherkenbaar hebben gemaakt. ,,De bendes verdedigen hun territorium fanatiek. Wie in een door M18 beheerste buurt woont en naar een MS-13 wijk verhuist, is zijn leven niet zeker. Als je een familielid in een bende hebt, loop je gevaar het slachtoffer te worden van een wraakactie ook al heb je zelf niets met de bendes te maken.”

Ook jonge meisjes zijn vaak het slachtoffer, veelal zijn ze verkracht voor ze werden vermoord. Ticás: ,,Als een bendelid een meisje leuk vindt en hem iet zijn zin geeft, is ze in levensgevaar.”

Hoewel de maras al twintig jaar bestaan in El Salvador, laten ze hun slachtoffers pas sinds kort verdwijnen om het stoffelijk overschot te dumpen. Critici zien de politiek van ‘Mano Dura’, Harde Hand, die sinds 2003 wordt gevoerd als de oorzaak. Mano Dura geeft de politie verregaande bevoegdheden in de strijd tegen de bendes. Wie een MS-13- of M18-tatoeage heeft kan al worden opgepakt. ,,De verdwijningen lijken daar een directe reactie op te zijn”, stelt ook Ticás. ,,Het dumpen van een lichaam op straat is veel riskanter dan in het verleden. Geen lichaam betekent dat er ook geen bewijs is.”

De golf van verdwijningen zorgt voor een angstcultuur die herinneringen oproept aan de burgeroorlog. ,,Onlangs raakten mijn familie en vrienden totaal in paniek toen ik twee uur lang mijn telefoon niet opnam, terwijl ik alleen maar even medicijnen was gaan kopen en thuis in slaap was gevallen”, vertelt Wendy Castillo (27), die met vrienden koffie drinkt in het hoofdstedelijke winkelcentrum Metrocentro. ,,Er heerst collectieve paranoia hier.”
Ook Israel Ticás is angstig. Door zijn werk roept hij agressie op bij de mareros en hij heeft dan ook altijd een geladen pistool op zak. ,,Een paar maanden geleden was ik bezig met een opgraving, toen plotseling een nichtje van me op me afliep. Ze vertelde me huilend dat ik haar broer aan het opgraven was. Mijn eigen neef, ook al kende ik hem niet. Mijn grootste angst is dat ik op een dag een tip over een graf krijg en dan mijn eigen zoon of dochter moet opgraven.”

Hij is net klaar met het afzetten van het geïmproviseerde graf in het maisveldje, als hij een telefoontje krijgt. Of hij snel naar Soyapango wil komen, vlakbij de hoofdstad, waar een graf met een jonge vrouw is gevonden. Hij zucht. Het zal zijn 593e opgraving worden in vijf jaar tijd. ,,En voor ieder graf dat je vindt, blijven er tien verborgen.”

DE SALVADORAANSE BURGEROORLOG

(GPD) – Van 1980 tot 1992 werd El Salvador geteisterd door een uiterst bloedige burgeroorlog. Armoede en inkomensongelijkheid lagen ten grondslag aan het conflict, dat werd uitgevochten tussen de linkse guerilla van het Farabundo Martí Front voor Nationale Bevrijding (FMLN) en opeenvolgende extreemrechtse militaire dictaturen, die werden gesteund door de Amerikaanse regering.

De juntas hanteerden een tactiek van de verschroeide aarde en zetten doodseskaders in, die ware slachtingen aanrichtten op het platteland. Dagelijks verdwenen Salvadoranen die werden verdacht van sympathieën voor de guerilla. De moord op aartsbisschop Óscar Romero (1980), een criticus van het militaire bewind en de slachting van bijna duizend burgers door het Atlacatldoodseskader in het dorpje El Mozote (1981) schokten de wereld.

In Nederland werd het conflict vooral berucht door de moord op IKON-journalisten Koos Koster, Jan Kuiper, Joop Willemsen en Hans ter Laag in 1982. Zij maakten een documentaire over de burgeroorlog.

In 1992 kwam er een einde aan de oorlog door de vredesakkoorden van Chapultepec. El Salvador werd een democratie, een waarheidscommissie werd ingesteld om oorlogsmisdaden te onderzoeken en het FMLN werd een legitieme partij. In 2009 werd Mauricio Funes de eerste president namens het FMLN.

Over Jan-Albert Hootsen

Freelance correspondent, blogger, fixer en producer voor radio en televisie in Mexico Stad voor o.a. Trouw, De Pers, Radio Nederland Wereldomroep, RTL Nieuws en De Groene Amsterdammer. Docent journalistiek aan de Universidad de las Américas.
Dit bericht is geplaatst in Mundo latino en getagd, , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>