Tlaloc is boos, erg boos

PrintFriendly

TlalocEn toen regende het in Mexico Stad. En goed hard ook. 7,7 miljoen kubieke meter in een paar uur, 4 doden, 100 beschadigde huizen, 2 ondergelopen ziekenhuizen en 15 weggesleurde auto’s. Hoe kan een regenbui zoveel schade opleveren? Slechte drainage? Slecht gebouwde huizen? Slechte hulpverlening en infrastructuur? Misschien. Maar misschien lag de oorzaak ook wel in het bovennatuurlijke. Want achter de façade van de ‘moderne ideologieën’ Christendom en kapitalisme die het dagelijks leven in Mexico tegenwoordig bepalen, ligt een verering van de oeroude en oppermachtige regengod Tlaloc die in de schaduwen nog steeds springlevend is.

door Jan-Albert Hootsen

Teotihuacán, op enkele tientallen kilometers van Mexico Stad, is één van de grootste en populairste archeologische vindplaatsen van Mexico. De stad is meer dan tweeduizend jaar geleden gesticht en was ooit de grootste ter wereld, met 250.000 inwoners, bezaaid met tempels en paleizen en twee enorme pyramides. Een stad van het kaliber Angkor What, Rome, Cuzco en Athene – ze was in haar tijd het New York van precolumbiaans Amerika. Toen de Azteken, eeuwen na de mysterieuze val van de cultuur, in hun zoektocht naar een nieuw thuis, de ruïnes van de stad ontdekten, waren ze er dermate van onder de indruk dat ze het Teotihuacán noemden: de Geboorteplaats van de Goden. Teotihuacán is voor alle culturen in Mesoamerika (Mexico en Centraal-Amerika) altijd een heilige plaats geweest.

Tlaloc, god van het water en de regen, was de belangrijkste godheid in Teotihuacán, en nam bij alle andere culturen een centrale plaats in: bij de Azteken, de Tolteken, de Maya’s (die hem Chac noemden) en de Zapoteken (Cocoji) en ga zo maar door. De Templo Mayor, de enorme pyramide van de Azteekse hoofdstad Tenochtítlan, waarvan in Mexico Stad nu nog de ruïnes te bezichtigen zijn, was gewijd aan hem en de stamgod Huichilopoztli. Niet zo vreemd natuurlijk: ook in Mesoamerika betekende water leven, en de god die het water bracht kon een beschaving maken of breken. Tlaloc was dus oppermachtig en werd veel en intens aanbeden.

Teotihuacán

Teotihuacán

Náhuatl

Gisteren was ik even in Teotihuacán. Dat woordje ‘even’ hoort er niet te staan, want de ruïnes zijn zo groot dat je er normaal gesproken uren ronddwaalt. Bij het betreden van de stad bekroop me echter een onheilspellend gevoel. Op enkele plekken zag ik Mexicanen, jong en oud, zacht heen en weer wiegen bij de tempel van Tlaloc en de Pyramide van de Zon. Een oude echtpaar mompelde een mysterieuze bezwering in het Náhuatl, de oude taal van de Azteken bij een beeld van Tlaloc. Een jongen met een tatoeage van de zonnekalender raakte de top van de pyramide aan en fluisterde iets onverstaanbaars. Op andere plekken staarden Mexicanen als in trance naar de wat griezelige fresco’s van de regengod.

Toeval of niet, enkele minuten later trokken pikdonkere wolken zich samen boven Teotihuacán, Mexico Stad en de vallei van Toluca. En toen begon het te regenen. Eerst rustig, een paar druppels. Toen steeds harder. Hagel kwam erbij, onweer, donder en bliksem. Een harde, koude wind, duizenden hagelstenen en een steeds donkerdere lucht dwongen ons snel het pyramidecomplex te verlaten. In Mexico Stad stroomden snelwegen over, huizen liepen onder, werden auto’s meegesleurd en stond het verkeer urenlang stil in het Noorden van de stad.

De furie van Tlaloc

De furie van Tlaloc

Chaos

Schuilende voor de regen slofte een oude verkoper van Azteekse prullaria naar me toe. “Wat een regen…,” verzuchtte ik. “Ja,” fluisterde de man, “Tlaloc is boos, erg boos.” Waarom dan, vroeg ik hem. “Kan van alles zijn. Een god die zich niet meer gerespecteerd voelt, wordt nu eenmaal boos. En er zijn nog altijd mensen die hem aanroepen, kijk om je heen. Tlaloc luistert naar zijn volgelingen.” Hij stak een sigaret op en begon te lachen. “Maar volgens mij is het gewoon omdat jij en je maat hier nu al een half uur staan en nog steeds niets van me gekocht hebben!”

Op de terugweg stond onze bus drie uur vast in het verkeer, op een ondergelopen snelweg. Chaos alom. De lokale kranten stonden de volgende dag vol verhalen over de schade van de hevigste regenbui sinds tijden. Maar nergens stond iets over Tlaloc. In het moderne Mexico bestaat Tlaloc alleen nog uit plakkaten bij pyramides en pagina’s in geschiedenisboeken. Maar een god die aanbeden wordt, ook al is het maar door een handjevol mensen, is nog steeds een levende god. En die kunnen kwaad worden. Gezien het wraakzuchtige karakter van de oude Mesoamerikaanse goden denk ik daar liever niet te veel aan. Als ik weer eens een Mexicaan in het Náhuatl iets hoor mompelen, ga ik snel een blokje om. Je weet maar nooit.

Over Jan-Albert Hootsen

Freelance correspondent, blogger, fixer en producer voor radio en televisie in Mexico Stad voor o.a. Trouw, De Pers, Radio Nederland Wereldomroep, RTL Nieuws en De Groene Amsterdammer. Docent journalistiek aan de Universidad de las Américas.
Dit bericht is geplaatst in Mundo México en getagd, , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>